Irsan Drazevicanin is niet langer T1 van Anatolia Gent. Foto Dominique Lampo.
Vlekkeloos verliep de overstap van promovendus Anatolia Gent niet. Het afscheid met coach Erwin Van Wingen kwam er snel en nadien was het onder Ronald Van Hoorn en Mostafa El Houari knokken om boven de degradatiestreep te blijven. Eind december stond het op de barrageplaats en onder de hoede van Irsan Drazevicanin was er in het competitieslot een 7 op 9 nodig om Balgerhoeke tot rechtstreekse degradatie te veroordelen. Na winst tegen Hofstade verzekerden Tolga Celik en co zich toch van het behoud. Drazevicanin keek natuurlijk tevreden terug na die straffe eindsprint, maar wil toch met beide voetjes op de grond blijven.
“We hebben een moeilijk seizoen achter de rug en we hebben alle zeilen moeten bijzetten om de schaapjes op het droge te krijgen. Met dank aan mijn team en een bijzondere vermelding voor Tolga Celik en Kristof Verspeeten. Zij waren door knieperikelen verre van fit in het wedstrijdslot, maar beten door en hielpen ons over de schreef. Knap dan ook van het bestuur om die jongens aan boord te houden, want voor beiden was er wel wat interesse. De komst van Maxim De Meyer deed onze ploeg ook wel deugd. Hij tilde de ploeg naar een hoger niveau en had zijn rol in de redding. Jammer genoeg ondergaat Maxim eind juli nog een kijkoperatie na een meniscusblessure en zal hij de eerste weken niet inzetbaar zijn. Kenny De Witte speelde vorig seizoen ook al én wedstrijd mee en dat is toch ook een heel bruikbare pion die we er bij hebben. We hebben geprobeerd om een sterker geheel in lijn te brengen naar volgend seizoen toe. We mikten vooral op profielen die op meerdere posities inzetbaar zijn. Emre Arici had ik nog onder mijn hoede bij Inter Gent en hij kan meerdere posities op het middenvelder aan. Net als Anthony De Koker die ik vooral als een zes of een acht zie. Muhamet Cetinkaya van Sint-Laureins B en Melih Ercan van HT Zwijnaarde zijn er ook wel op gebrand om zich te tonen en zo zie ik nog wel enkele jongens bij de aanwinsten. Mickey Prempeh bijvoorbeeld. Bij VC Zwijnaarde was hij twee seizoenen geleden toch zo’n beetje vaste waarde was. Eén tegen één is hij als flankverdediger heel sterk en ik heb het gevoel dat hij als centrale verdediger ook wel zijn mannetje kan staan. We gaan met een goed gevoel de competitie tegemoet. Ik begon de A-reeks wel wat te kennen en leerde veel toffe collega’s wat beter kennen en had toch iets liever in de A-reeks gespeeld. In de B-reeks zie ik dat quasi alle ploegen zich wel stevig wapenden naar volgend seizoen toe. Al te boude voorspelling ga ik niet doen. Na een moeilijk seizoen wil ik niet al te hoog van de toren blazen, al gaan we er alles aan doen om ons mannetje te staan.”





