Stefaan Ameel (Varsenare) is tevreden dat er nog versterking in huis werd gehaald. Foto Dominique Lampo.
FC Varsenare speelt dit weekend al een eerste wedstrijd met inzet en dit in de voorronde van de Croky Cup. Tegenstander is FC Latem. Voor wel meer ploegen die dit weekend al de wei in moeten, komt die wedstrijd niet op het juiste moment en dat is bij Varsenare niet anders.
“Ik verras je wellicht niet als ik je vertel dat deze wedstrijd voor ons veel te vroeg komt. We trainden zondag en gisteren en overmorgen trekken we naar Den Haag op weekend met de ploeg. Bedoeling was om er op zaterdag te trainen, maar die training hebben we dus geskipt. Naar opbouw toe is het niet zo’n goede zaak dat heel wat jongens meteen de 90 minuten vol moeten maken. In de voorbereiding laat ik tijdens de voorbereiding meestal 22 spelers spelen en wissel ik bij de rust de hele ploeg. Een doel is de volgende ronde niet, al zullen we het ook niet laten liggen.”
De focus ligt voor Varsenare uiteraard op de competitie. Na de achtste plaats van vorig jaar hoopt Varsenare dit seizoen een stevige middenmoter te worden.
“Qua inkomende en uitgaande transfers ligt het zo’n beetje in balans. Vaste waarden als Thibault Lantsoght (Torhout) en Prince Asiamah (Aalter), terwijl Pieter De Lille stopt. Glenn Verstraete en Tibo Vandenbroucke trekken het truitje van Jabbeke aan, maar die laatste twee jongens speelden een stuk minder dan die genoemde vaste waarden. We haalden vier nieuwe spelers naar Varsenare. Jari Van De Maele maakt de overstap van Oostkamp en is inzetbaar op positie tien of als diepe spits. Thibaut Janssen (Diksmuide-Oostende) kan als linkerflank of als negen ons scorend vermogen opkrikken. Rien Plasschaert (Oostkamp) kan ook meerdere aanvallende posities aan. Tenslotte is ook Toon Gevaert, een centrale verdediger van Dosko Sint-Kruis, nieuw. We mikken net als vorig jaar op een zorgeloos seizoen en een plaatsje in de linkerkolom. Over top vijf en top drie hoor je mij niet spreken. Maar als je als ploeg wat gespaard blijft van blessures, zit er wel meer in dan de achtste plaats van dit jaar.”

