Nelson De Vos is intussen dertig jaar aan de slag als scout. Foto RV.
Het huiswerk is gemaakt voor heel wat ploegen. Iedere ploeg hoopt wel nog op een opportuniteit links of rechts, maar er is geleerd uit de fouten en het team naar volgend seizoen toe staat overal in de steigers. Bij elke ploeg is optimisme troef. Dat huiswerk is voor een groot deel het werk van de scouting. Scouts bepalen welke profielen worden aangesproken en hoe de sportief manager aan de slag gaat. Zo’n scout eens voor onze blocnote halen leek een leuk iets en we klopten aan bij Nelson De Vos. Die begint aan zijn tweede seizoen als scout van RC Harelbeke. Het c.v. van Devos mag er zijn. Zijn debuut als scout maakte hij bij Begonia Lochristi en de voorbije dertig jaar was hij aan de slag bij clubs als Sint-Denijs, Eendracht Laarne, SK Berlare, Eendracht Zele, Laarne-Kalken, FC Destelbergen en Sint-Denijs.
“In mijn geval zorgde een blessure ervoor dat het verhaal als voetballer er al vroeg op zat. Ik sukkelde sowieso al met een knie en met een enkel en een zware blessure aan de adductoren zorgde ervoor dat ik al op 20-jarige leeftijd de schoenen aan de haak hing. Maar ik had wel het gevoel dat ik het spel goed kon lezen en dt vond Herman De Landtsheer ook. Hij zorgde ervoor dat ik als scout voor Begonia Lochristi aan de slag kon. Ik had de smaak te pakken. Al bij al denk ik dat ik met tevredenheid mag terugblikken op mijn loopbaan tot nog toe. Met Begonia Lochristi en Sint-Denijs werden we kampioen in derde provinciale, met SK Berlare in tweede provinciale en met Eendracht Zele in eerste provinciale. Via de eindronde droeg ik ook mijn steentje bij tot de promotie van Eendracht Laarne naar tweede provinciale, die van SK Berlare naar de toenmalige bevordering en onlangs nog tot die van Merelbeke naar eerste nationale.”
Wat was de mooiste periode als scout?
“Dan houd ik toch vooral goede herinneringen over aan de periode bij SK Berlare. Bij die club liep het echt lekker en werkte ik samen met goede trainers als Stefaan Goossens en Leo Van der Elst. We zetten de stap van tweede provinciale naar bevordering en er zak nog rek op. Maar de belangrijkste sponsor zette een stap opzij en daardoor boette het spelerspotentieel aan kwaliteit in. Even goede herinneringen heb ik aan de drie periodes bij Laarne-Kalken. Ik stak er veel op van trainers als Bert Cluytens en Peter Ringoet.”
Je hebt vast ook minder goede herinneringen aan bepaalde episodes…
“Dat valt best mee. FC Destelbergen was misschien door allerlei omstandigheden geen succesverhaal, maar voor het overige hield ik aan elke episode in mijn scoutingverhaal een goed gevoel over.”
Je bent nu scout van RC Harelbeke. In welke vijver vis je dan?
“Ik heb de voorbije dertig jaar vooral binnen een straal van 25 kilometer vanuit Wetteren gescout. Ik kreeg de kans om bij Harelbeke aan de slag te gaan en heb die kans met beide handen gegrepen. Ik probeer natuurlijk zo veel mogelijk wedstrijden te zien en data te verzamelen. Vooral bij beloftenploegen in de Jupiler Pro League gaan we op zoek naar jongens die een meerwaarde kunnen betekenen voor Harelbeke. Zo ga ik kijken naar de beloften van pakweg Cercle Brugge, tot voor kort SK Deinze, Waasland-Beveren, Lokeren-Temse, noem maar op.”
Welke criteria gebruik je dan om een speler een goed rapport te geven? Snelheid, intensity runs, duelkracht, voetballend vermogen…
“Je kan er natuurlijk niet om heen dat de voetballende kwaliteiten de start van alles zijn. Maar minstens even belangrijk is wat de spelers uitstraalt. Iemand met de juiste winnaarsmentaliteit ligt in de bovenste schuif, iemand die vaak mekkert tegen zijn ploegmaats of tegen de ref scoort een pak minder goed. Criteria zijn vaak positiegebonden. Bij een zoektocht naar een centrale verdediger ga je anders aan het werk. Voor een centrale verdediger is de lengte bijvoorbeeld niet onbelangrijk en uiteraard ook de duelkracht. Voor een flankaanvaller kijk je naar acties, naar snelheid van uitvoering. Vista is ook heel belangrijk, net als zuiverheid in de passing. Bij de scouting probeer je er ook zicht op te krijgen of een speler inzetbaar is op meerdere posities en of die in meerdere spelconcepten zijn mannetje kan staan.”
Ben je tevreden over je huiswerk?
“Heel tevreden. Het voorbije seizoen waren we goed voor een derde plaats en we mikken opnieuw minstens naar top vijf en dan mag je ook dromen van promotie. Op termijn wil RC Harelbeke weer minstens naar de Challenger Pro League. Dit seizoen hebben we een heel sterk, maar jong team op de been gebracht. Enig realisme is wel op zijn plaats, want die jeugdigheid zal ons misschien links of rechts wel punten kosten, maar talent is er in overvloed. Zo ben ik bijvoorbeeld heel tevreden dat we Guillaume Cnudde van Oudenaarde konden strikken. Dat was toch een beetje het goudhaantje in het team van Stefan Leleu. Met Jordy Schelfhout haalden we een heel beloftevolle doelman in huis en ook spelers als Jorn Braekeveld (FC Gullegem), Adama Ly (U23 Beerschot), Joshua Veeckman (FC Merelbeke) en Arthur Wulleman (Jong Essevee) moeten voor een meerwaarde kunnen zorgen. Ik verwacht ook heel veel van Dirk-Jan Dewaegemaeker. Met Joran Triest hadden we een goede centrumspits in huis, maar ik heb het gevoel dat Dirk-Jan hem kan overtreffen. Dirk-Jan kan in de bal komen, maar is ook sterk ‘in the box’ en vindt vlot de weg naar doel. Hij draait ook steeds goed weg van zijn tegenstander en ik voel dat hij hongerig is.”
Intussen gaat de zoektocht naar een nieuwe coach verder bij Harelbeke….
“De onderhandelingen met een stevige kandidaat sprongen deze week af en er wordt met veel gedrevenheid verder gezocht. Ook hier moet iemand het juiste DNA hebben om bij Harelbeke aan de slag te kunnen.”





