Fanno Nijst kon ook met Voorde-Appelterre een promotie afdwingen. Foto RV.
Tabula rasa bij Voorde-Appelterre. De val naar derde afdeling viel niet te vermijden en de fusieclub trekt in deze reeks met een fel gewijzigde ploeg op zoek naar leuke voetbaldagen. Skipper is Fanno Nijst, ex-Brakel. Succescoach zonder meer. Promoties met Voorde, Appelterre, Jong Lede en OLSA Brakel smukken zijn c.v. op. Maar Nijst leerde vorig seizoen de keerzijde van de medaille kennen en kon met OLSA Brakel de degradatie niet ontlopen. We polsen eerst even bij Fanno hoe stevig dit er op in hakte.
“Toch wel stevig. Het was een scenario waar ik voor de start van het seizoen geen rekening mee hield. Ik kon het ook moeilijk plaatsen. Al voelde ik met Nieuwjaar de bui wel al een beetje hangen, want zes basisspelers vervangen is voor elke ploeg op dit niveau een loodzware opdracht. Die valkuil zag ik best wel liggen, maar misschien is de club daar wat slordig mee omgesprongen. Anderzijds ‘chapeau’ dat ik het vertrouwen behield. Veel clubs zouden iemand anders voor de groep zetten en op een schokeffect rekenen. Ze hadden dit kunnen doen en misschien speelden ze dan nu in tweede. Maar je moet een koe een koe noemen, realist zijn en toegeven dat enkele posities onvoldoende ingevuld waren. Krappe kern, jonge ploeg en als je dan ook nog een sleutelduel tegen Lebbeke verliest weet je hoe laat het is. De groep kan ik niks verwijten. Iedereen streed tot de laatste snik en de chemie tussen mij en de spelersgroep was er nog wel.”
In Voorde-Appelterre wacht Nijst een nieuwe uitdaging. De eerste trainingsweek is intussen achter de rug en de nieuwe T1 kijkt de ‘challenge’ wel met gematigd optimisme tegemoet.
“Duidelijk is dat we aan een nieuwe ploeg zullen moeten bouwen. Het verhaal hier lijkt op sommige punten wel op dat van ons. Al had ik het gevoel dat het afscheid van Bart De Durpel er te vroeg kwam. Dat bleek ook achteraf. Van de kern van vorig jaar bleven finaal maar zeven jongens. In de invulling van de kern heb ik wel mijn inbreng gehad. Op dat vlak is het wel een voordeel dat ik het huis ken en zij mij kennen. Leuk was zeker het gegeven dat we Marco Hertfeldt nog konden strikken. Hij brengt heel veel ervaring van VK Ninove mee. Ik ben ook tevreden dat we met Jonas Heymans een ervaren centrale verdediger in huis haalden. In de verdediging lijken er keuzemogelijkheden voldoende. Mo Allacchi keert terug naar de oude stal. Boris Djoum maakt de overstap van Crossing Schaarbeek, kampioen in de Waalse tweede afdeling. Uitkijken ook wat jongens als Caroly Dhaen, jeugdproduct van Essevee, en Jelle Schiffer voor de ploeg kunnen betekenen. Op offensief vlak ben ik blij dat we er met Robin Nelis van Racing Mechelen en Martin Epolo van Blankenberge twee pionnen bij hebben die ervaring in derde of in tweede hebben. Doelman Maxim Figys trok de deur achter zich dicht bij Voorde-Appelterre, maar met Stijn Cloots (Wambeek-Ternat) en Ayco Van Londersele (VK Nederhasselt) is de club niet bij de pakken blijven zitten. Met Florin Grancea werkte ik bij Brakel al samen en weet ik welk vlees ik in de kuip heb. Jannes Verstockt maakt de overstap van KVV Zelzate en van het failliete Deinze maakt Lars De Waele de overstap. Al bij al mag onze kern wel gezien worden, maar we gaan de lat niet al te hoog leggen. Een stevige ploeg kneden en voor stabiliteit zorgen is de uitdaging. Als coach is er sowieso wat werk aan de winkel in een behoorlijk pittige reeks. Van ploegen als Rumbeke, Boezinge, Lauwe en Huldenberg kan ik je niet zo veel vertellen. Wij mikken op plaats acht of negen, maar hopen er natuurlijk wel te staan in de derby’s. Overwinningen tegen ploegen uit de regio brengen ook maar drie punten op, maar smaken toch net altijd iets meer. Tegen Brakel, Elene-Grotenberge, Erpe-Mere en Eendracht Aalst-Lede worden het bijzondere wedstrijden.”





