Andy Vandenbussche (FC Dadizele) maakte een positieve balans op van het hoofdstuk FC Dadizele. Foto Dominique Lampo.
Andy Vandenbussche, coach van FC Dadizele, speelde het toch maar mooi klaar. Na de titel in vierde voegde hij daar vorig jaar de promotie aan toe. ‘Daisel’ mag in tweede aan de slag, maar zal dat moeten doen met een fel gewijzigde spelerskern. Bouwwerken Vandenbussche mag aan de slag. Hij heeft er wel een goed oog in.
“Met vallen en opstaan? Is dat de uitdrukking die het meeste gebruikt wordt in de voorbereiding. Bij ons was dat niet anders. De voorbereiding was pittig, vooral ook omdat onze tegenstanders toch wel van heel degelijk niveau waren. Jong Male bouwde een ploeg voor eerste, Zonnebeke heeft ambitie en Dosko Sint-Kruis zal er ook wel staan. Een wedstrijd tegen beloften van Mandel en Harelbeke is ook nooit ‘ a walk in the park’. Maar goed, na zo’n voorbereiding blijf je als ploeg en als groep met de voetjes op de grond en weet je dat er nog wel werk aan de winkel is. Dat is sowieso het geval omdat we met een quasi compleet nieuwe groep op pad gaan. Bij de opstart van ‘Daisel’ lieten Jeroen Blancke, Sander Dedeygere en Evert Dejans al optekenen dat ze maar een jaartje meer gingen. Uiteindelijk werden het er twee, maar zij vielen al weg uit de kern. Net als de vier jongens die bij Menen aan de slag gaan. Ook twee doelmannen verlieten de club. Brandon Nuttin deed het heel goed als doelman en kreeg de kans om naar Lauwe te trekken, Olivier Djerdji trekt naar vierdeprovincialer Oostnieuwkerke. Met Thomas Van Belleghem van FC Damme en Daniel Gorin van Geluveld trokken wij op onze beurt twee doelmannen aan. We haalden in elke linie wel versterking binnen. Alexander Samyn (Moorslede) en Jason Pille (Geluveld) zijn offensieve versterkingen en in het middenveld hopen we dat Emir Kadiev (Wevelgem City) en Noah Dumortier (Geluveld) hun stempel kunnen drukken. Ook zijn broer Luca maakt de overstap van Geluveld net als Baptist Houllier. In de verdediging hopen we dat Wannes Vanhecke voor wat stabiliteit weet te zorgen. We bouwen dus aan een quasi compleet nieuwe ploeg en als promovendus leggen we de lat sowieso niet te hoog. Ons redden is het doel. En liefst zo vroeg mogelijk.”

