Lothar D'Hondt vertelt over zijn loopbaan als ref. Foto Dieter Ros
Wat als…? U kent vast het programma waarin Ben Segers, Ruth Beeckmans en Nico Sturm het beste van zichzelf geven. Maar wat als er geen refs waren in het voetbal? Dan zat u de komende weken vast niet op het puntje van uw stoel om niks te missen van de titelstrijd in de Jupiler Pro League. Maar goed dat ze er zijn, al zal u ze ook wel eens vervloekt hebben. Nu de play-offs in alle hevigheid losbarstten hadden we een babbel met Lothar D’Hondt. Hij fluit dit weekend het duel tussen Sint-Truiden en Club Brugge. Plaats van afspraak is het Plaza Café. Bart Van Hecke van de Plaza vertelt ons meteen dat hij als voetballer al door had dat D’Hondt een topper zou worden. “Hij had een jong ‘totje’, maar je voelde van bij de aftrap dat hij het in zich had en de situaties telkens goed inschatte. Hij was hoop en al vijftien of zestien, wij dertigers, maar dat deerde hem niet. En natuurlijk doet het mij plezier dat hij het zo goed doet.” Het complimentje doet D’Hondt deugd.
“Ja, het kan raar klinken, maar daar ben je toch gevoelig aan. In een vol stadion krijg je wel eens spreekkoren die minder vleiend zijn, maar dan weet je wel altijd dat dit wat gekleurd is. Als iemand los van een wedstrijdsituatie mij een compliment geeft en zegt dat ik goed bezig ben, streelt dat wel mijn ego.”
Een topref zijn is vast wel leuk, maar had je niet liever als voetballer geschitterd in Bernabeu of San Siro…
“Dat is natuurlijk een jongensdroom, maar ik had snel door dat ik niet tot die ‘happy few’ zou behoren. ‘k Ben eigenlijk pas laat beginnen voetballen. Als 12-jarige bij Evergem Center. Ik was zeker niet de minst getalenteerde, maar was ook zeker niet de beste speler van mijn ploeg. Je kon niet echt een etiket op mij plakken en die polyvalentie speelde wel in mijn voordeel.”
Ref worden dan maar. Wat blijft er jou bij van die beginperiode?
“Ik moet zo’n jaar of dertien geweest zijn toen ik wedstrijdjes begon te fluiten. Bij de duiveltjes of iets oudere jongens. Ik kreeg toen vijf euro per wedstrijd en een drankbonnetje en zo had ik wel eens een weekend waarin ik 20 euro ontving. Als jong gastje was dat wel wijs, maar het was vooral de appreciatie die me deugd deed. Ik kreeg wel vaker te horen dat ik het goed deed en die succesbeleving deed me wel deugd.”
En zorgde ervoor dat je als een komeet van het voetbal in vierde provinciale naar de Jupiler Pro League gekatapulteerd werd.
“Ja, het ging best snel, maar hindernissen heb je altijd. Mijn eerste wedstrijd was er eentje tussen de miniemen van Drongen en Sparta Petegem. Vlekkeloos verlopen en ik was vertrokken. Ik kreeg ook goede beoordelingen en op het einde van het seizoen floot ik al bij de junioren. Soms zorgde dit wel voor grappige situaties. Zo floot ik ooit een wedstrijd tussen Sleidinge en Sint-Laureins waarbij zeven jongens op het veld bij me in de klas zaten. Als 16-jarige begon ik dan te fluiten in vierde provinciale. Uit die periode herinner ik me dat ik ooit de wedstrijd van een leerkracht van me floot. Mijn peter in die periode was Lucien Ongenae en ik heb wel veel aan die mens te danken. Hij omarmde mij, gaf me veel tips en zo zette ik snel stappen.”
Over die klasgenoten… Zij zetten vast wel een stapje in de wereld. Was jij een tafelspringer?
“Neen, helemaal niet. Mijn klasgenoten wisten ook wel dat voetbal mijn passie was en ik het wel wou maken als ref. Ze wisten ook wel op voorhand dat ik meestal nee antwoordde toen ze vroegen om een stapje in de wereld te zetten. Ik was ook al vroeg samen met Laura (vrouw van Lothar) en dat zorgde er ook wel voor dat ik het als tiener niet te bont maakte.”
Je sprak al over hindernissen. Welke hindernissen moest je nemen?
“Wel, als jonge ref moet je in de provinciale reeksen wel een olifantenvel hebben en soms is het daar even moeilijk als in de Jupiler Pro League. Een wedstrijd blijft een wedstrijd, maar je hoort meer de kritische noot van aan de zijlijn. Soms komt dat harder binnen dan een groep supporters die fluit. Zo herinner ik me een wedstrijd waarbij een grootvader van een van de spelers met zijn jas voor me kwam zwaaien. Dat is een van de momenten die me wel bijblijven. En op zich zou dat niet moeten, want na heel wat wedstrijden kreeg ik te horen dat ik het goed deed. En weet je, ik hoop gewoon dat iemand bij het lezen van je stuk zegt: tiens, ik moet het misschien ook wel proberen. Want wat mij betreft is ref zijn echt wel iets tofs.”
Voelde je in die provinciale reeksen al dat je later in de Jupiler Pro League zou fluiten?
“Ik was best wel ambitieus, begon ook wel het gevoel te krijgen dat ik ver kon raken. Maar er is altijd een schaduwzijde aan succes. Bij mij liep het zo lekker dat ik misschien iets te overmoedig werd en dat betaalde ik wel ‘cash’ in een duel tussen Lommel en Brussels. Als piepjonge ref werd ik natuurlijk op de voet gevolgd en in de wedstrijd zat er met Paul Allaerts wel hoog bezoek in de tribune. Ik moet toegeven dat ik die wedstrijd compleet de mist in ging. Niet één, maar meerdere situaties verkeerd ingeschat. Allaert was ‘not amused’ en het zag er naar uit dat dit een kantelmoment kon worden in mijn loopbaan. In het scheidsrechtersjargon werd ik ‘in de frigo’ gestopt. Het had er eerlijk gezegd ook mij stevig op ingehakt en dan heb ik het geluk gehad dat een aantal mensen vonden dat ik te vroeg afgeserveerd werd en een tweede kans verdiende. Die kreeg ik uiteindelijk en daarna was ik echt vertrokken. Voor mij werkte het ook wel als een ‘wake up call’. Het zette me op scherp.”
Je hebt het vooral aan jezelf te danken dat je staat waar je nu staat, maar aan wie heb je dit succes nog te danken.
“Ik kan wel een eindeloos lijstje opnoemen van mensen die me op weg hielpen en Lucien Ongenae hoort daar zeker bij. Maar ook iemand als Kris Van De Velde. Hij speurt talent op in de provincie en wist bij mij altijd de juiste snaren te betokkelen. Marcel Van Elshocht heeft ook veel verdiensten bij mijn loopbaan.”
Had je als ref ook zo iets als een voorbeeld?
“Ja, toch wel. Frank De Bleeckere was niet alleen in België, maar ook op het internationale toneel een topper en had een schitterende loopbaan. Net zoals hij hoop ik ooit in de Champions League ooit te mogen fluiten.”
Intussen deed je toch al wat internationale ervaring op…
“Ja, best wel. In de Conference Leauge leidde ik het duel tussen Dynamo Kiev en Crystal Palace in goede banen. Die wedstrijd werd in Polen afgewerkt. Ook in de wedstrijd tussen Lausanne en Fiorentina was ik de ref. In de voorronde van de Champions League was ik ook de ref in het duel tussen Braga en Levski Sofia. Volgens neutrale waarnemers floot ik een goede wedstrijd, maar de supporters van Sofia dachten er anders over en bestookten zelfs mijn vrouw via de sociale media.”
Hoe moeilijk is het om met zo’n situaties om te gaan?
“Geen enkele ref ontsnapt aan kritiek. Daar moet je leren mee omgaan. Maar het is fout als ze er je familie bij betrekken. Daar heb ik het wel lastig mee. Of als er jou iemand in het bijzijn van je dochter een sneer geeft bij de bakker omdat hij vindt dat je een situatie verkeerd inschatte. Maar nogmaals, ’t zijn uitzonderingen, hoor. En wie dat doet, heeft bij mij ook afgedaan.”
Die wedstrijden in het buitenland zijn wel bijzonder vermoed ik.
“Ja, je leert de wereld toch wat kennen. Intussen floot ik al in meer dan dertig landen en vaak ben je daar dan drie of vier dagen en probeer je toch eventjes dat land of die stad beter te leren kennen. Intussen heb ik het geluk dat ik toch al in meer dan dertig wedstrijden kon fluiten. Soms kom je op zalig mooie plekken. Als ref floot ik de wedstrijd tussen BK36 Torshavn en het Estse Paide Linnameeskond. Een ploeg uit de Faroer tegen een ploeg uit Estland. Niet het soort wedstrijd waarmee je kan uitpakken, maar wel een plek waar je het enige mooie plekje na het andere ziet. Op zo’n ogenblikken ben ik wel dankbaar voor mijn vrouw Laura. Zij is op dat moment ‘house manager’ en zorgt ervoor dat ik kan doen wat ik graag doe. Mijn dankbaarheid kan niet groot genoeg zijn. Mijn lijstje landen waar ik floot zal de komende maanden trouwens aangevuld worden. Zo ben ik aangeduid voor de Asiacup.”
Mogen we je intussen de status ‘BV’ aanmeten?
“Oei, neen, zo voel ik me helemaal niet. Al gebeurt het wel eens dat iemand met mij op de foto wil. En op restaurant zitten er wel eens mensen naar mij te gluren en dan zie ik op hun gezicht dat ze zich afvragen wie ik ben en of ik wel degelijk die ref ben die ze in gedachten hebben. Dan denk ik wel eens aan echte BV’s zoals Koen Wauters of Niels Destadsbader en ben ik maar wat blij dat ik niet zo bekend ben. Tegelijkertijd vind ik dat ik van elk moment moet genieten.”
Veel succes gewenst, Lothar!
“Dankjewel.”




