Lars Wantens kijkt al uit naar de bekerwedstrijd tegen Termien. Foto Dominique Lampo
De zegetocht van Eendracht Aalst-Lede gaat verder. Bij de buren van Erpe-Mere United ging het met 1-3 winnen. Lars Wantens nam het derde doelpunt van de Ajuintjes voor zijn rekening en genoot daar wel van.
“Ik woon in Erpe-Mere en dan is zo’n wedstrijd aan de Steenberg wel bijzonder. Heel veel mensen die me kennen, maar het grootste deel is dan wellicht eerder supporter van Erpe-Mere United. Wij hadden een leuk bekerparcours achter de rug, maar de competitie is natuurlijk nog belangrijker en een trip naar de buren was natuurlijk geen cadeau. We hebben de wedstrijd evenwel goed aangevat en al vroeg in de wedstrijd kon Falko Geenens na een hoekschop de score openen. Je zou dan verwachten dat je als ploeg wat op je elan doorgaat, maar dat was niet geval. Er sloop wat nonchalance in de ploeg en vooral onder impuls van Conor Laerenbergh werd Erpe-Mere de meest dreigende ploeg. Een schot van hem belandde op de buitenkant van de paal, een andere poging ging nipt naast. We wisten dat het na de rust scherper moest en die scherpte hebben we ook aan de dag gelegd. Na een spelhervatting bleef de bal in de zestien hangen en Calvin Dekuyper haalde de trekker over. Drie minuten later kon ik ook mijn doelpuntje meepikken. Na de assist van vorige week bij het doelpunt van Nicolas Van Petegem mooi meegenomen.”
Volgend weekend zet Eendracht Aalst-Lede zijn bekerparcours verder. Het belang van de wedstrijd tegen Termien is best groot.
“Zo’n vijftal jaren geleden raakten we met Aalst ook ver in de beker en toen werd AA Gent onze tegenstander. Meer dan 4000 man in het Pierre Cornelisstadion, dat soort wedstrijd blijft wel bij. Met Termien krijgen we zeker een taaie tegenstander tegenover ons. Termien speelt een reeks hoger, is ook aan een fraai bekerparcours bezig en de 4-1 tegen RC Mechelen wijst er wel op dat het daar wel snor zit. Maar wij gaan ons vel duur verkopen en hopen ook door te gaan. Bij winst heb ik wel een ideetje wat het mag worden. Doe maar Dender dan. Al zou Anderlecht als tegenstander ook niet mis zijn.”


