MVV Waregem '74 wil vooral veel bijleren op het hoogste niveau. Foto Chris Talloen.
MVV Waregem ’74 mocht vorig seizoen de promotie vieren. Iets waar ze bij de start van het seizoen niet van durfden dromen. Koen Termote (36) draagt al 21 jaar het shirt van MVV Waregem ’74. Hij kijkt wel uit naar de competitiestart tegen Pervélo-Ligier Drongen.
“Bij de start van het seizoen was er geen haar op ons hoofd dat eraan dacht dat we nu in eerste klasse zouden spelen. We namen afscheid van enkele gevestigde waarden en kozen ervoor om nog meer de kaart van de jeugd te trekken. We hadden een heel sterke lichting bij de U17 en die kreeg zijn kans in de eerste ploeg. Een drietal jongens werd vaste waarde en zorgde er mee voor dat we nu op het hoogste niveau aan de slag mochten. De hoop op de promotie begon er te komen toen we WDP Rollegem klopten rond Nieuwjaar en oprukten naar de derde plaats. We kregen toen ook te horen dat Maldegem en Ardooie er een punt achter zouden zetten en van dan af was promotie wel degelijk het doel.”
Afwachten wat MVV Waregem ’74 waard is op het hoogste niveau. Wordt het een zegen of wordt het een vergiftigd geschenk?
“Wij zien het als een zegen. Op termijn hoopten we wel om terug te keren naar het hoogste niveau en onze spelersgroep met nogal wat jonge spelers krijgt de kans om van minivoetbal op het hoogste niveau te proeven. Makkelijk krijgen we het niet, maar het wordt wel een seizoen waarin we uitkijken naar leuke derby’s. De rivaliteit met Cappuccino Waregem is er wel en ook een wedstrijd tegen MVC Desselgem spreekt wel tot de verbeelding. Maar ook de wedstrijd tegen WDP Rollegem is bijzonder. De voorbije twintig jaar zaten die haast steevast in onze reeks en dat wordt opnieuw een bijzonder duel. Wij hielden de spelersgroep van vorig seizoen intact en Dylan Vens van Oostkamp is de enige versterking. Het behoud is het enige doel. Dit weekend wacht ons een moeilijke opener tegen Drongen. In onze kleine zaal weet je maar nooit. De kans op een stunt schat ik op vijf tot tien procent, maar je weet maar nooit.”

