Gregory Werbrouck gaat bij Jonkershove aan de slag. Foto Dominique Lampo.
Derdeprovincialer De Ruiter Roeselare kreeg op de eerste speelddag een 5-0-pandoering bij Blauwvoet Otegem, maar krabbelde wonderwel overeind. Na vier overwinningen op rij is het opgerukt naar de derde plaats. Toch verkiest Gregory Werbrouck, coach bij De Ruiter, om niet te hoog van de toren te blazen.
“De nederlaag op de eerste speeldag was er eentje dat kon tellen. Vijf doelpunten slikken op de eerste speeldag geeft je natuurlijk geen goed gevoel. Maar we hebben ons wonderwel herpakt. Vier keer op rij gewonnen en maar een doelpuntje geslikt. Op strafschop dan nog. De organisatie zit goed en in de omschakeling slagen we er wel in om de tegenstander pijn te doen. Toch maak ik graag een kanttekening bij die sterke reeks. Zo speelden we toch al tegen Gits, Hulste en Dottignies en dat zijn toch de nummers 14, 15 en 16 in de klassering en ook Olympic Ledegem vinden we in de rechterkolom van de klassering terug. We zullen pas de komende vijf weken echt zich krijgen op de sterkte van onze ploeg. Jong Helkijn is een ploeg die bij de start van het seizoen toch hoog ingeschat werden. Nadien volgen stevige tegenstanders als Sint-Eloois-Winkel, Stasegem, Pittem en Ingooigem. Stuk voor stuk ambitieuze ploegen. Indien we die wedstrijden zonder al te veel kleerscheuren door komen, kunnen we de ambitie wat bijsturen en op meer mikken dan een plaatsje in de middenmoot. Zeker ook omdat ik de voorbije weken zeven mogelijke basisspelers moest missen. ’t Zou leuk zijn indien we tegen Jong Helkijn een vijfde keer op rij konden winnen.”

