Frank Gheysen (rechts naast Peter Maebe) wil dit seizoen een prijs pakken. Foto Dominique Lampo.
Vanuit trekt het minivoetbalcircus op pad met de voorronde van de Beker van België. Elsegem geniet nog na van de titel en de bekerwinst en werd vrijgeloot. Tijd zat dus voor een babbel met Frank Gheysen. Of zijn ploeg in mei opnieuw aan de feestdis mag passeren, leek ons een logische vraag.
“Oei, oei, dat is een moeilijke, want als ik nu laat optekenen dat we een prijs gaan pakken, klinkt dat arrogant. Dé topfavoriet is toch Deftinge. Mijn collega Yves Speliers liet zich wel gelden op de transfermarkt. De ambitie druipt er daar vanaf. Maar goed, wij werden niet toevallig kampioen en ook niet toevallig haalden we die beker mee naar Elsegem. Sinds januari zijn we ongeslagen en dat is een bewijs van onze kwaliteit, maar ook van de sterkte in onze kopjes. De mooiste illustratie daarvan was de titel die we pakten in Desselgem. 4-6 achter, 6-6 op anderhalve minuut van het einde en dan ook nog eens terugkeren van 6-7 naar 7-7 en finaal aan het langste eind trekken. Kon het spannender? Misschien smaakte die titel zo mooi omdat het onze eerste prijs op dat niveau is. Maar de beker is toch net iets meer bijzonder en als ik dit jaar dan toch een voorkeur moet hebben dan is het toch voor die beker.”
Maar aan concurrentie geen gebrek. Gheysen schuift Deftinge naar voren als de topfavoriet, maar vindt het te kort door de bocht om de titelstrijd tot twee ploegen te herleiden.
“Kortemark blijft een sterk geheel, maar het vertrek van Davy Joye is toch een verlies dat kan tellen. Pakken ervaring, heel vaak wedstrijdbepalend. Er wordt naar mijn gevoel ook iets te weinig gesproken over Drongen. Met Manu Donkor krijgen ze er een vleugje creativiteit bij en nog meer een tintje Maldegem. Door de rugperikelen van Simon Maebe zijn ze nog wel op zoek naar een oplossing achterin, maar de optelsom van de kwaliteit mag er ook wel zijn. En dan heb je ook nog The Oliver Boys Gent. Een titelfavoriet zijn zij niet, maar wel een ploeg die scherprechter kan zijn in de zoektocht naar de drie bonuspunten. Wij willen nederig zijn, maar niet te nederig. Met Jonathan Ulens hebben we er een topper bij en het deed me plezier te zien dat hij al twee keer kon scoren voor Volkegem. En Lars Vandenbroucke heeft nog niet zo’n naam als Jonathan, maar is wel een jongen waar we heel erg in geloven. Vorig seizoen maakten Xanthi Ego en Jarne Wullaert wel vaker de oversteek van de B-ploeg en zij zorgen ook wel voor concurrentie. Ik heb het gevoel dat we er klaar voor zijn.”
Gheysen voelt ook wel dat minivoetbal in de lift zit.
“Als nichesport is het niet makkelijk, maar ik voel wel dat de sport in de lift zit. We krijgen een pak meer volk dan drie, vier jaar geleden en sponsors beginnen ons ook te kennen en zien dat wij wel vaker ‘in the picture’ komen. Het boerenjaar van vorig seizoen evenaren is moeilijk en haast onmogelijk, maar we willen wel mee doen voor de prijzen en liefst zo lang mogelijk.”





