Filip Comptaert hoopt dat Hooglede het even goed doet als vorig seizoen. Foto Dominique Lampo.
Fraai parcours van tweedeprovincialer Eendracht Hooglede vorig seizoen. 50 punten, derde plaats, daar konden ze wel mee leven. Enkel de kers op de taart ontbrak, want in de eindronde slaagde Hooglede er niet in om de poort naar tweede open te beuken. Coach Filip Comptaert hoopt dat zijn team het goede van vorig jaar weet te bevestigen.
“Die derde plaats was toch net iets beter dan we voor de start van het seizoen gedacht hadden. Dat zorgde er ook wel voor dat er wat honger naar eerste provinciale kwam. Er was dus best wel wat ontgoocheling op het einde van het seizoen. Maar goed, we proberen dit seizoen opnieuw bovenin mee te draaien. Al wordt dit niet evident. Jong Male begint behoorlijk versterkt aan de competitie en ploegen als Houthulst en Veurne mag je opnieuw bovenin verwachten. Reken daar nog een revelatie of een ‘dark horse’ bij en in de top vijf zijn er misschien al vier plekjes bezet. Toch willen we een gooi doen naar de top vijf. Van de vertrekkers was enkel Mathias Picue een vaste waarde en de andere jongens die er niet meer zijn, drukten minder hun stempel. Ik denk dat we wel behoorlijk versterkt zijn. Emiel Slos kwam bij Rumbeke niet aan spelen toe, maar voor ons kan hij wel voor een meerwaarde zorgen. Net als Justin Detrain, toch een vaste waarde bij eersteprovincialer Oostnieuwkerke. Dante Mortelé, ex-Ardooie, revalideert nog na een kruisbandblessure en traint al mee, maar misschien raakt hij wel klaar voor de competitiestart. Dan heb je nog Gill en Jelle Vanhulle. Ook ex-Oostnieuwkerke, maar zij zijn nog op reis. Enkele jonge gasten die de overstap maakten van Roeselare, zoals Siebe Ballyn bijvoorbeeld, laten ook wel een goede indruk. Na drie oefenwedstrijden maakt ik wel een positieve balans. Tegen Gits was het nog wat zoeken en verloren we met 0-1, maar tegen Roeselare boden we 60 à 70 minuten een goede repliek. We wonnen dit weekend vlot met 4-1 tegen Moorsele. Daar ontbraken nog wel enkele basispionnen, maar dat was ook bij ons het geval.”

