Emiel Osaer aan het werk tijdens het BK in Beringen. Foto Marc Van Hecke.
Half februari maken de veldrijders de balans op van het voorbije seizoen. We vonden als Kantine 11 de tijd ook wel rijp om eens de vinger aan de pols te houden bij eerstejaarsjunior Emiel Osaer. Dit weekend rijdt de 16-jarige Maldegemnaar nog in Sint-Niklaas en ook de wedstrijd in Oostmalle staat nog op zijn agenda en dan zit het seizoen erop. Osaer weet dat het een seizoen met ‘ups’ en ‘downs’ was.
“Ik wist wel dat ik als eerstejaars de lat niet al te hoog mocht leggen. Vooral qua ‘power’ kom ik tegenover die oudere jongens wat te kort. Ik kijk ietwat met gemengde gevoelens terug op het voorbije seizoen. Vooral op de grote afspraken zat het wat tegen. Op het BK reed ik in de eerste ronde lek en viel ik ook nog door die lekke band en verspeelde ik zo al mijn kansen. Op het EK had ik goede benen, maar was een val ook al de spelbreker. In de Super Prestige kon ik wel mijn mannetje staan. Zo werd ik zowel in Ruddervoorde, Overijse, Merksplas als Middelkerke vierde. Jammer dat ik geen podiumplaats kon versieren. Drie keer kroonde ik me ook als winnaar. In mijn eerste wedstrijd in Steenhuffel keerde ik van een verloren positie terug om nog te winnen en ook in Beernem en Gierle won ik. Maar in alle eerlijkheid: die wedstrijden waren minder bezet. Al bij al was het zeker geen slecht seizoen, maar het is toch vooral zaak om er in de belangrijke wedstrijden te staan.”
Volgend seizoen is Emiel tweedejaars en mag verwacht worden dat hij nog meer op de voorgrond zal treden. Zo ziet ook Osaer het.
“Dit jaar bokste ik op tegen oudere jongens, volgend seizoen rijd ik tegen leeftijdsgenoten en jongens die een jaartje jonger zullen zijn. We kiezen bewust om nog niet te veel op volume te trainen en daardoor heb ik nog wel een duidelijke progressiemarge. Ik zit trouwens in een ploeg waar ik goed begeleid word. Dieter Vanthournout is mijn trainer en van hem steek ik veel op. Af en toe zie ik ook Michael op training en die helpt me ook wel om een betere veldrijder te worden. Ik moet me ook nog wel meer laten gelden. Tegenover de Belgische toppers laat ik me niet intimideren, maar op de crossen in een internationaal gezelschap ben ik soms wel te braaf. Maar daar komt vast wel verandering in. Dit seizoen rijd ik nog twee sterk bezette veldritten en ik hoop het veldritseizoen in schoonheid af te sluiten.”
Op de weg kan Osaer ook aardig uit de voeten. Vorig seizoen won hij in Krombeke na een straffe solo. Voorlopig geniet het veldrijden de voorkeur.
“Voorlopig ben ik ik in eerste instantie een veldrijder. Daar voel ik me het best en daar kan ik prijzen pakken. Op de weg komt het vaak op power aan en daar moet ik nog stappen in zetten. Als wegrenner wil ik ook altijd koers maken. Ik rijd liever dertigste nadat ik een uur mee in de aanval trok dan af te wachten en te hopen dat je finaal tiende kan worden. In het veld ben ik technisch vrij sterk en kan ik met die kwaliteiten al een heel eind raken. Maar je weet maar nooit hoe een loopbaan verloopt. Op dat vlak kan het natuurlijk snel veranderen.”

