Ruud Tack was de kleine generaal van Eendracht Aalter. Foto Jacques Van Den Berghe.
Filmpjes om iedereen op scherp te zetten of om iemand te bedanken voor de vele mooie jaren. Het is wel een trend in het voetbal en bij Eendracht Aalter was de afscheidnemende Ruud Tack aan de beurt. ‘Rudy’ was ‘de kleine generaal’ volgens coach Birger Van de Velde, de beste zes ooit volgens ex-ploegmaat Tom Persan, ‘master’ qua zuiverheid in de passing volgens Boris Wagebaert, sterk in de derde helft volgens Tom De Wulf en nog wel meer fraais kreeg Ruud te horen voor de laatste thuiswedstrijd tegen Heikant Zele. Wel vaker hadden we de 34-jarige aan de lijn en ook in het geven van een interview was hij een topper. Geen clichés, wel altijd een interview waarmee je op weg kon. Ook nu werd het afscheidsinterview een leuke babbel. Tack trok in het seizoen 2013-2014 het shirt van Eendracht Aalter aan en dat werd ook meteen zijn doorbraak in een eerste elftal.
“Bij de jeugd van SK Deinze begon ik te voetballen. Als U11 trok ik naar Zulte-Waregem en daar speelde ik tot de U19. Vital Borkelmans was daar mijn trainer. Ik was laatmatuur en bij de beloften kreeg ik niet echt mijn kans. Bij de beloften van SK Deinze kreeg ik die kans wel en af en toe trainde ik zelfs mee met de A-kern in de toenmalige derde klasse, maar ik voelde toen ook wel dat speelminuten er in derde niet in zaten. We hadden bij de beloften toen wel een stevige ploeg met jongens als Ward Baert, Kevin Kesteloot en Boris Wagebaert en werden ook kampioen. Twee jaar bleef ik bij Deinze en nadien trok ik naar Wielsbeke. Ik had het gevoel dat ik er klaar voor was, maar had wel wat pech dat seizoen. Ik liep een enkelblessure op in de voorbereiding en had bof in de loop van het seizoen waardoor ik me ook daar niet kon bewijzen. Ik overwoog wel om te blijven, maar Gunther De Smet kende me uit de periode bij SK Deinze en haalde me naar Aalter.”
En daar begon het voor jou allemaal en werd je een clubicoon…
“Het is in ieder geval de club van mijn hart geworden. Als jonge gast werd ik daar meteen omarmd door heel wat ervaren spelers. Marijn Delaere, Peter De Poorter, Frederik Arnauw, Shane De Meyer, Wesley Versichel, Jeffrey Van Rie… Het zijn maar enkele namen die me te binnen schieten uit die periode. We waren ook wel top in tweede, al zou het drie jaar duren eer we de stap naar eerste konden zetten. Dat eerste jaar werden we vice-kampioen na Drongen en waren we in de eindronde sterk op dreef. In de finale begonnen we thuis als favoriet, maar konden we geen afstand nemen van Robur en verloren we in de strafschoppen. Nicolas Van Buyten was die dag mijn rechtstreekse tegenstander. Het jaar nadien werden we vierde en vierden we zelfs in de eindronde de promotie op donderdag na een 2-3-overwinning op Vlaamse Ardennen, maar daags nadien bleek dat RWDM een stamnummer overnam en we daardoor op zondag nog moesten strijden in Kemzeke voor de promotie. Gelijkspel, 1-1 en opnieuw verloren in de strafschoppen. Pijnlijk. Maar het jaar nadien was het bingo. Op speeldag 28 wonnen we met 1-0 tegen Zomergem en waren we kampioen. Finaal bleven we vice-kampioen Latem 8 punten voor. Yves Van Acker was intussen de trainer bij Aalter. Goeie trainer die de juiste snaren wist te betokkelen.”
Nadien volgden drie mooie jaren in eerste….
“Ja, klopt wel. We behoorden tot de betere ploegen in de reeks en uit die periode blijven vooral enkele wedstrijden in de interprovinciale eindronde me bij. Zo speelden we tegen traditieclubs als Racing Mechelen in 2018 en Diest in 2019.”
Daarna schreef je je verhaal verder bij HO Kalken. Een minder leuke bladzijde…
“Inderdaad, al heeft dit niks met de club te maken. Zeer mooie, warme en familiale club. Ook over coach David Verhelst niks dan goeds. Ik had wel een klik met hem. Zowel zijn voorbereiding op een training als een wedstrijd waren steeds top. En hij had ook wel voldoende autoriteit om keuzes te maken en te verantwoorden. Op fysiek vlak was ik toen ook top. Maar ik liep er een oogkasbreuk en jukbeenbreuk op en het waren ook de coronajaren. In 2020 werd de competitie afgebroken na speeldag 25, het jaar nadien na vijf speeldagen.”
Maar na regen komt zonneschijn…
“Ja, in Drongen scheen de zon weer. Onder de hoede van coach Jurgen Van Opstaele haalden we de eindronde en winst in die eindronde in Linden zorgde ervoor dat de club de stap naar derde kon zetten.”
En hoe kijk je terug op de periode bij Elene-Grotenberge?
“Met veel plezier. Steven Huysveld was daar de trainer en die probeerde steeds verzorgd en aanvallend te voetballen en dat lag me wel. Het voetbal leefde daar ook wel en dat maakte het wel extra plezant. We hadden het niet altijd makkelijk, want derde is natuurlijk een pittige reeks. Uit die periode blijft me ook een heel straffe bekercampagne bij. We legden ploegen als Manduel United, Petegem, Wezel en Schaarbeek over de knie en mochten uiteindelijk spelen bij OH Leuven. We verloren wel met 5-0, maar dat blijft natuurlijk een onvergetelijke ervaring.”
En dan kwam Aalter weer op de proppen…
“Het was niet echt een verrassing dat ik hier mijn loopbaan af zou sluiten. Aalter is toch een beetje de club van mijn hart en met jongens als Robbe Smessaert, Boris Wagebaert en Maxime Pieterrs had ik wel een heel goede band. Dat maakte het ook wat makkelijker om terug te keren. Ook al omdat ik intussen in Aalter woonde. Het werden ook nog twee mooie seizoenen. Vierde in 2025, derde in 2026.”
Mogen we jou een typische zes noemen?
“Dat denk ik wel. Ik ben iemand die rustig is in balbezit en wel de vista heeft om er dan ook iets mee te doen. Zowel op als naast het veld was ik ook wel een leider. Het echte gevechtsvoetbal was dan weer minder mijn ding, ‘k was ook niet de man die in de luchtduels zijn strepen verdiende.”
Was je een makkelijke voor jouw trainers?
“Ja en neen. Ik was wel iemand die met de coach mee dacht en op het veld een verlengstuk probeerde te zijn. Maar ik was ook niet altijd akkoord en durfde mijn mening wel op tafel te gooien. Maar altijd met respect voor de visie van de coach. Ik had het wel eens moeilijk als ik vond dat een trainer een selectie maakte om een speler tevreden te stellen. Dat was voor mij een afknapper.”
Schuilt er in jou een trainer?
“In het filmpje vonden enkele ex-spelers dat ik dat wel in mij had, maar het is zeker mijn ambitie niet. Al betekent dit niet dat ik het voetbal niet bijzonder hard zal missen. Het is mooi geweest, maar ik voelde evenwel dat het tijd was om te stoppen. De keuze werd in grote mate bepaald door mijn heup. Ik heb er altijd heel veel moeten voor doen om fit of pijnvrij te zijn, maar ik deed die opofferingen graag. Maar intussen ben ik papa van Vic en Theo en dat zorgt er ook wel voor dat die beslissing iets minder moeilijk wordt.”
Hoe vaak zien ze jou nog in Aalter?
“Ik zal volgend seizoen zeker nog eens komen supporteren. De club vroeg me of ik een rol wou spelen in het verhaal dat ze schrijven en misschien ga ik daar wel op in. Maar eerst neem ik een volledig sabbatjaar en daarna kijk ik hoe ik naar de dingen kijk.”
Geniet ervan!







